Zondag 4 december 2011

Vanaf de camping in Mount Ebenezer gaan we richting Stuart Highway, om deze keer Zuidwaarts af te slaan. Het weer is maar druilerig, maar het kan ons eigenlijk niet schelen, want we kunnen eens met de ramen dicht rijden en rustig luisteren naar wat muziek. Dat we vandaag niet veel te vertellen hebben komt door het feit dat we een goeie 500 kilometer afleggen. Hierbij laten we de staat Northern Territory achter ons, om deze keer de staat South Australia binnen te rijden. Dit maakt dat we opnieuw ons horloge mogen verzetten en er een uur bij komt, waardoor we 9,5 uur verschil hebben met jullie in België. Kunnen jullie het op de duur nog volgen met al die tijdverschillen, want voor ons is het toch altijd eens goed nadenken hoe laat het bij jullie is.

Op de rest area een 75 kilometer voor Coober Pedy komt er een Taiwanees opgereden met zijn fiets. Zijn plannen zijn zeer ambitieus, want hij wil fietsen tot aan Uluru, zo’n 700 kilometer verder, en de rots bezoeken. Hiervoor heeft hij nog maar 6 dagen, want dan heeft hij al een vlucht geboekt richting Sydney. We verklaren hem (stilletjes) zot, maar wensen hem toch het beste.

Maandag 5 december 2011

Een 20 tal kilometer voor het stadje Coober Pedy nemen we een afslag voor een scenic route. De Lonely Planet noemt deze loop de moeite waard, dus wie zijn wij om dit zomaar te laten passeren. We hebben het ons geen seconde beklaagd dat we afgeslaan zijn, want de route brengt ons eerst voorbij ‘The Breakaways’. Het feit dat we geen permit hebben om dit te bezoeken, is niet echt een probleem want we kunnen er 1 vragen aan de park ranger, als we hem tenminste kunnen vinden. Zonder permit genieten we dan maar extra van de geërodeerde zandstenen rotsen in alle mogelijke kleuren. Dat deze omgeving al vaak gebruikt is om films op te nemen, kunnen we nu goed begrijpen. Sommige scenes van de films Mad Max III, Ground Zero (?!), Priscilla Queen of the desert,… werden hier opgenomen.

De scenic route kronkelt verder en brengt ons uiteindelijk langs de 2de attractie op de weg, ‘The Dog Fence’. Doordat vele pogingen mislukten om hier schapen te houden vanwege vele dingo-aanvallen (een soort wilde honden die tot 20slachtoffers kan maken in 1nacht), bouwden de rijkere land-eigenaren omheiningen rond hun eigendom. Uiteindelijk vormden deze omheiningen 1 lange keten met als resultaat een 5300 kilometer lange omheining die door delen van Queensland, New South Wales en South Australia passeert. Vandaag de dag doet de omheining nog steeds dienst om de weides met schapen af te schermen van de dingo-aanvallen.

Tegen de middag komen we aan in het stadje Coober Pedy, zichzelf omschrijvend als ‘The Opal capital of the world’. Neen, deze keer bedoelen we niet de benzine-achtige substantie, maar wel de dure glinsterende kleurige stenen die hier overal in de grond zitten. Op elke hoek van de straat zijn er winkels waar je deze stenen kan kopen, verwerkt in juwelen, gewoon als steen of onbewerkt. Het is niet echt onze smaak, dus het winkeltje dat we binnengegaan zijn uit nieuwsgierigheid, verlaten we dan maar snel, ook al was het een vriendelijke Nederlander die zijn Nederlands nog eens wou bovenhalen (tja, de uitdrukking ‘je vindt ze echt overal’, is bij deze nog maar eens bevestigd).

Met al onze proviand die er door is en een lege gasfles, kom ik met het schitterende idee om nog eens op restaurant te gaan eten. Het wordt een pizza in John’s pizza bar. De pizza smaakt heerlijk, hoe kan het ook anders dan in ‘The best pizzeria of South Australia’, of zijn onze normen niet meer zoals ze voor deze reis waren.

Coober Pedy ligt in het midden van de woestijn, zonder ook nog maar 1 boom waar je wat schaduw van hebt. Het kan hier dus zeer warm worden, om niet te zeggen heet, maar de bewoners hebben hier iets op gevonden. Ze bouwen hun gebouwen dan maar ondergronds waar je een constante temperatuur van 24 graden hebt en noemen deze ‘dugouts’. We brengen een bezoek aan een kleine ondergrondse katholieke kerk (St Peter & Paul’s Catholic Church) en gaan dan het hotel aan de overkant van de straat binnen. Een lange ondergrondse gang is ingericht als informatie gang en geeft uitleg over hoe de opal-stenen opgegraven worden. In het hotel kan je kiezen tussen een kamer met airco bovengronds of een kamer ondergronds zonder airco, waarschijnlijk wel eens de moeite waard.

In het visitor center kunnen we gratis internetten en hier maken we dankbaar gebruik van. We moeten namelijk dringend onze uitstap naar Tasmanië voorbereiden en de oversteek boeken. Bij het kijken voor de ferry zien we dat gans de maand december al volledig uitverkocht is om een auto mee te verschepen. Lap, het is hoogseizoen en we zijn het niet meer gewoon van op voorhand te moeten reserveren, dit is dan het nadeel van dag tot dag te leven. Niet getreurd, we zoeken een alternatief en besluiten een uitstap te doen naar Lake Eyre en de Flinders Ranges. Beide bezienswaardigheden gingen we eerst links laten liggen, maar nu doen we ze toch. Changement de plans dan maar, we tanken vol, kopen extra eten, extra water en weg zijn we.

DSC_0378.JPGDSC_0387.JPGDSC_0400.JPGDSC_0412.JPGDSC_0414.JPGDSC_0426.JPGDSC_0430.JPGDSC_0432.JPGDSC_0434.JPGDSC_0442.jpgDSC_0446.JPGDSC_0450.jpgDSC_0453.jpgDSC_0461.JPGDSC_0463.JPGDSC_0473.JPGDSC_0480.JPGDSC_0481.JPGDSC_0482.JPG