Dinsdag 1 november

Na 5 dagen Exmouth en een duikcertificaat op zak (glunder glunder), kunnen we onze weg verder zetten. We rijden richting Coral Bay via Cape Range Natonal Park. We stoppen nog aan het interessante visitor centre en doen de scenic route op de geasfalteerde weg van het park. Aan Yardie Creek eindigt de weg en gaat deze over naar een zandweg. We moeten de ‘creek’ oversteken om de 4×4 weg te kunnen nemen naar Coral Bay. Geleerd uit ons vorige avontuur (Remember het flare-avontuur?!), checkt David de weg alvorens deze op te gaan. We moeten door zout water, wat zeer schadelijk is voor de auto, en over heel veel los zand. We doen dus opnieuw een ‘kerekewere’ en nemen het risico niet.

Veilig aangekomen in Coral Bay zien we dat dit een klein kustplaatsje is van maar 2 straten groot. Het is vooral bekend omdat de stranden beter bereikbaar zijn en zee rustiger is dan in Exmouth. Hier is het meer een snorkelparadijs dan een duikparadijs. De azuurblauwe zee en zijn uitgestrekte stranden liggen er inderdaad rustig bij. Er valt hier weinig te beleven buiten te genieten van zon, zee en strand. Aangezien we ‘s avonds pas aankomen zal al dit moois voor morgen zijn.

Woensdag 2 november

Nog steeds onder de indruk van het duikavontuur in Exmouth, kiezen we ervoor om niet te snorkelen en hier gewoon te genieten.
We bezoeken Coral Bay op ons gemak met een paar strandwandelingen. Op het strand van Point Maud maken we een praatje met een visser die net een barracuda binnenhaalt. Hij is echter niet tevreden met zijn vangst en laat het beestje terug in zee.

We laten de stranden van Coral Bay achter ons en zetten onze weg verder, richting Carnarvon. Onderweg ernaartoe steken we de kreeftskeerkring Steenbokskeerkring over (Tropic of Capricorn) en krijgen we voor het eerst op onze reis ook regen! haha, twas precies of we alletwee nog nooit regen gezien hadden toen er ineens druppeltjes op onze ruit verschenen. Met de ruiten nog altijd naar beneden genieten we van de frisse druppels op onze armen (Ge zou voor minder na 56 dagen zon). De regen is hier wel grappig, je ziet van ver dat je door een regenwolk gaat rijden om dan 2 meter verder terug te zien waar het zal ophouden. Van plaatselijke regenbuien gesproken.
Een beetje verder nemen we de afslag richting Blowholes. We passeren eerst voorbij een zoutmeer, het Lake Macleod, waar 1 van de grootste zoutmijnen te vinden is (David vindt het jammer dat we deze niet kunnen bezoeken). De weg kronkelt daarna verder door een landschap van wilde bloemen, weidse vlakten en heuvels om te eindigen aan de kust met een rustieke vuurtoren en een rotsachtige omgeving. We wanen ons even in Cap Gris Nez. Niet dat ik er al geweest ben (toch niet bij mijn weten), maar David zegt dat het er zo uitziet.
We zien hier de zee tegen de rotsen opbotsen, wat hoog opspattend water oplevert. We vermoeden daarom dat de naam Blowholes hiervan afkomstig is, want een andere verklaring kunnen we er niet aan geven.
Een bordje aan de parking verraadt dat het hier flink gevaarlijk kan zijn met ‘King waves Kill’, we kunnen dus maar beter voorzichtig zijn.

Donderdag 3 november

Na een regenachtige nacht (onze tent is waterproof! zo blijkt), nemen we nog een kijkje aan de blowholes. Het landschap ziet er met de donkere regenwolken helemaal anders uit en nog dramatischer. Ineens horen we een fluitend geluid gevolgd door hoog opspattend water. Tiens, dit hebben we gisteren niet gehoord. We gaan wat dichter van waar het geluid komt en nu valt onze Australische dollar pas en zien we vanwaar de naam Blowholes nu echt komt. Het water wordt hier in grotten onder het waterpeil door de golven vooruitgestuwd en naar omhoog gespoten in de rotsen. Dit wordt eerst vooraf gegaan door gefluit van lucht die door het gaatje geblazen wordt. Wanneer we voldaan zijn van het spektakel rijden we verder naar Carnarvon, waar we nog wat inkopen doen. Deze stad is echt de plek bij uitstek voor verse groentjes en fruit, dus proberen we zoveel mogelijk vers voedsel in te slaan. Met de koffer volgeladen vertrekken we dan richting Shark Bay.

Shark Bay staat op de Werelderfgoedlijst, dus dat willen ze zeker niet links laten liggen. De eerste stop die we hier maken is aan Hamelin Pool dat gekend is voor zijn stromatolieten. Dit zijn de oudste levende, meest simpele vorm van organismen van de planeet. Hiermee is het miljoenen jaren allemaal begonnen, allee na the big bang natuurlijk… Zij zijn verantwoordelijk voor het vormen van de atmosfeer doordat ze geleidelijk aan zuurstof aan de lucht vrijgeven. Ze worden gevormd door bacteriën en algen en groeien ongeveer 0,3 mm per jaar. Hoe kunnen ze hier overleven vraag je je wellicht af (of misschien ook niet…)? Het water in Hamelin is hier 2keer zo zout als ergens anders in de zee omdat aan de ingang van de baai er zeer veel zeegras te vinden is. Hierdoor is het water in de baai minder onderhevig aan de getijden en verdampt het dubbel zo snel. Op deze manier wordt een superzoute omgeving gecreëerd waarin de dieren, die de bacteriën en algen van de stromatolieten zouden opeten, niet kunnen overleven. Dit is dan ook nog 1 van de weinige plekken ter wereld waar je deze oerbacteriën in zijn veelvoud kan terugvinden. Via een loopplatform over de stromatolieten en via informatieborden krijgen we een mooi overzicht en is ons brein weer een weetje rijker.

We verlaten Hamelin om een supermooie campingplek te vinden met uitzicht op zee, een rotsbaai en een mooie zonsondergang.

Vrijdag 4 november

Opstaan is een vreugde als je dit kan doen met zo een prachtig uitzicht. Helaas, we kunnen hier niet blijven, dus vooruit met de geit, in ons geval de auto, richting Denham. Daar bezoeken we het Shark Bay World Heritage museum om ons brein nog beetje meer uit te breiden:

  • We lezen over de 4 criteria om tot werelderfgoed verkozen te worden. Blijkt dat Shark Bay 1 van de weinige plaatsen is ter wereld die beantwoordt aan alle criteria. Helaas zijn we de criteria ondertussen al vergeten, maar we weten dat de stromatolieten en bijna uitgestorven dieren (zoals Bilby, Gugong,..) er iets mee te maken hebben. We willen wel iets bijleren, maar we zijn nog altijd op vakantie he 😉
  • We zien ook dat door de eeuwen heen veel bootexpedities, vooral Franse en Nederlandse, gepasseerd zijn die het land in kaart brachten. De bewijzen hiervan zijn nu nog altijd terug te vinden in de namen van de eilanden en dorpjes over gans de kust van West Australië. De bodem van de oceaan is hier ook getuige van aangezien vele schepen hier vastgelopen zijn aan de bodem. voorbeeldjes van namen: Dorreland, Petit Point, Kopke point, zuytdorp cliffs, Gantheaume Point, Cape Leveque,…

Na Denham komt Monkey Mia. Dit plaatsje is gekend voor de dolfijnen. Elke morgen komen de dolfijnen hiernaartoe omdat ze hier gevoederd worden. Wij dachten dat dit misschien wel eens een TT (tourist trap) zou kunnen zijn, dus we laten deze plek voor wat het is om de afslag te nemen van het Francois Peron National Park (weeral een Franse naam).

Het landschap wordt hier gekenmerkt door rode zandduinen afgewisseld met witte zandstranden en kristalblauw zeewater. De eerste stop maken we aan het ‘Peron Homestead’, een vroegere schapenboerderij. Daar kunnen we via een wandeling in de tuin nog de originele gebouwen zien staan waar de schapen geschoren werden. We zien hoe dit allemaal in zijn werk ging en hoe de wol dan uiteindelijk op zijn bestemming terechtkwam. Dit was allemaal wel interessant, maar wat wij nog leuker vonden was toch wel de ‘hot tub’ die er staat. Het water wordt vanuit een diepte van 550 meter omhooggepompt door middel van een windmolen. Dit levert zo een zalige 35 graden op… De bijhorende douche was ook een geschenk uit de hemel, want de vorige nacht hadden we geslapen op een camping zonder faciliteiten, dus we maken hier dan ook gretig gebruik van.

Na de heerlijke douche zetten we onze weg verder richting noorden. We moeten eerst passeren aan een Tyre Pressure station voor het verlagen van de druk in onze banden. Borden waarschuwen ons namelijk dat de weg zanderig is en we best met een lage bandenspanning doorrijden. We krijgen zelfs uitleg wat we moeten doen wanneer we ons zouden vastrijden. Ja, hadden we deze info nu maar eerder op onze reis gehad 🙂 We maken een stop aan de big lagoon en rijden verder tot waar de weg eindigt bij Cape Peron. Hier terug een zicht om u tegen te zeggen. Normaal kan je hier veel diertjes in de zee spotten, maar vandaag is ze een beetje te wild, waardoor het heel moeilijk is om iets te zien. Nu ja, we zien een schildpad en een haai, dus we zijn weer een tevreden klant.

We sluiten de dag af met een sjieke campingplaats om zo uit te kijken naar wat morgen brengen zal.

Zaterdag 5 november

We moeten nog 2 bezienswaardigheden bezoeken hier, vooraleer we koers kunnen zetten naar Kalbarri National Park. We worden onderweg nog opgehouden door mama emoe en haar x aantal kindjes (zie de foto en tel ze maar) die liever voor ons uit bleven lopen gelijk een halve zot dan aan de kant te gaan. Hier en daar struikelt er bijna eentje over zijn eigen voeten en wij maar lachen, ocharme. Door een tegenligger worden de arme beestjes ingesloten en krijgen ze hun gezond verstand om de weg te verlaten, de struiken in…
Na dit intermezzo maken we onze eerste stop, Eagle Bluff. We worden weer getrakteerd op een adembenemend uitzicht. De zee is heel kalm, waardoor we snel een paar haaien spotten.
De volgende stop is aan Shell Beach, en deze naam mogen we letterlijk nemen. Dit strand bestaat niet uit zand, maar enkel uit schelpen. Overal waar je kijkt, zie je kleine witte schelpjes. Terwijl David Gids Peter ondergraaft, lacht het azuurblauwe heldere water naar mij en nodigt me uit voor een frisse duik.
Dit is dan ook meteen het einde van ons bezoek aan Shark Bay.

[peg-gallery album=”http://picasaweb.google.com/data/feed/api/user/107750216510251661962/albumid/5671740814943491105?alt=rss&kind=photo” ]